Zijn moeder en hij kwamen altijd goed overeen met elkaar, ze was lief en zorgzaam, maar ook vaak weg. Ze werkte op de hoeken van de straten als dealer. Zijn vader kende hij niet. Het was zeker geen blanke. Het was ook zeer zeker geen politieagent. Het kon evengoed een moordenaar zijn.. Voor hem kon iedereen het zijn.
Curtis en Bella, zijn moeder, reden samen over de natte straten. Hij moest weer naar zijn oma, daar moest hij altijd naartoe als ze moest ‘werken’. Na een snelle kus reed ze weer weg, een kleine knul van vijf achterlatend. Na die dag zou hij haar nooit meer zien. Ze werd vermoord, niemand wist door wie. Ze wisten enkel dat, op de plaats waar ze haar veraste lichaam terugvonden, eerst geschreeuw hoorden. Waarna de vlammen uit de ramen sloegen.
Het was donker, eenzaam en vooral heel erg koud in de Amerikaanse straten. Het was hartje winter terwijl een tienjarige jongen op de hoek van straat drugs stond te verkopen. Hij verdiende er niet veel mee, maar het was genoeg om te kopen wat hij wou. Nieuwe sneakers.
Hetgeen je er mee verdiende was heel weinig. Het waren lange uren en als je de nachten in de gevangenis erbij telde, dan zat je zelfs onder het minimumloon. Maar zo ging het nu eenmaal in de achterbuurten van de verenigde staten. De armoede was groter dan ooit, de criminaliteit was erger dan ooit en daar was Curtis het slachtoffer van.
Het was nu vandaag exact vier jaar geleden dat zijn moeder vermoord was. Met andere woorden, hij woonde al vier jaar bij zijn oma, in een veel te klein huis. Ze leefden er maar liefst met negen, in een klein rijtjeshuis. Ook al was hij er enkel om te slapen, hij wilde er niet meer blijven, Curtis werd gek van zijn familie. Hij voelde zich enkel thuis bij zijn vrienden, op de straat. Ze waren allemaal al opgegroeid als kwajongens.
Zijn verjaardag..
Hij was jarig! Hij en zijn vrienden gingen vandaag een tattoo laten zetten. Zodat ze elkaar nooit meer zouden vergeten.
Een jaar later..
Er werd een schot gelost, een tweede, derde en vierde volgde al snel. Curtis voelde de stekende pijn. Het warme bloed drupte op de grond. Er was een conflict ontstaan tussen de Amerikaanse en de Mexicaanse dealers. De Mexicanen stonden op hun grond te verkopen, en dat was een grote fout. Curtis had de eerste klappen uitgedeeld, maar moest dit met een grote prijs bekopen. Tien jaar oud en neergeschoten, hij lag dood te bloeden in het midden van de straat. Het laatste wat hij zag was het gezicht van zijn grootmoeder, huilend.
Curtis werd wakker, een fel licht scheen in zijn ogen. Hij lag in een zacht bed, met witte lakens en kussen. Het ziekenhuis. Hij keek onder het laken en zag verband rond zijn borstkast en zag dat zijn linkerarm ondersteunt werd met een mitella. De kogel in zijn arm was er dwars door gegaan, degene die in zijn borst terechtgekomen was had er nog in gezeten. Die hadden ze er met een operatie uitgehaald. Het verband op zijn borst was net naast zijn borstbeen roodgekleurd. Hij keek naast zich, op het nachtkastje. Daar stond een bidkaartje, zijn beste vriend was gestorven. Hij had kogel drie en vier gekregen en had het niet overleefd. Woede begon door zijn aderen te stromen..
Opnieuw twee jaar later..
Curtis was uit op wraak. Hij had geld genomen dat hij van zijn moeder geërfd had en was een pistool gaan kopen. Sinds de dag dat hij neergeschoten was zat hij vol met woede. Hij wist maar niet hoe hij er van af kon raken, enkel wraak zoemde door zijn hoofd. Hij en zijn oudere vrienden zouden wraak gaan nemen.
Zijn revolver stond oog in oog met een doodsbange man. Het was waarschijnlijk erg gek om te zien hoe een volwassen man bang kon zijn van een tiener, amper veertien jaar. Curtis was mentaal erg hard gegroeid sinds de dood van zijn moeder, hij was harder geworden. De man smeekte voor zijn leven. Curtis trok de trekker over, een zachte klik volgde. Hier had hij het voor gedaan. De man moest weten wat het was, de dood oog in oog kijken. Curtis kon hem niet vermoorden, dit was genoeg. Hij hoorde sirenes achter zich, de politie kwam er al aan. Ze hadden dan ook nogal een entree gemaakt. C.J., een oudere vriend van Curtis haalde zijn wapen boven en vuurde drie kogels af op de man. Het was voorbij.
Waarom was hij dan nog steeds zo woedend..?
Hij bleef aan de grond genageld, zijn vrienden liepen weg. Ze lieten hem in de steek..
Een week later..
Hij staarde voor zich uit, zijn ogen keken naar de stoel die voor hem stond. Curtis zat in het vliegtuig, naar Nederland. De rechter had waarschijnlijk nog iets goeds in hem gezien..
Hij ging naar Direon.

OOC: Dit is mijn eerste post in meer dan een jaar..