‘Mama, nee! Niet weer, mama!’ Een klein stemmetje, waar de angst door merg en been klonk, gilde om haar moeder te laten stoppen met haar gruwelijke bezigheden.
‘Aaargh, vreselijk kind! Waarom deed Laurens me dit aan? Waarom jij?’ Nadia van Roosmalen schreeuwde kokend van woede, haar armen wild in de rondte maaiend. Ze stormde met een rood hoofd op het kleine meisje af, greep haar woest beet en schudde het kindje hevig door elkaar. Nadia zette haar gedachten uit om later niet meer herinnerd te kunnen worden aan haar ‘bezigheden met haar kleine dochtertje’, zoals ze het in haar gedachten noemde. Het meisje kromp in een, maar de sterke armen van haar moeder waren veel te snel bij haar. ‘Kom hier!’ brulde ze woest. ‘’t Is maar voor eventjes. Alleen je linker armpje, meer niet hoor!’ Plotseling leek de dame weer aardig, met een vertoverde glimlach op haar gezicht. Niets leek meer zoals het was. Maar het zesjarige meisje wist wel beter. Hierna kwam weer een woedeaanval, waarbij zij machteloos was en simpelweg een ‘gebroken armpje’ of een ‘lichte hersenschudding’ opliep. En het verhaal verliep altijd hetzelfde.
“Oh, arm kind! We moeten direct naar het ziekenhuis!”“Ach, Nadia..! Wat moet dit zwaar voor je zijn! Zo’n zwakke gezondheid bij je kinderen!”En Nadia’s gezicht bleef altijd in de plooi. Smekend, kapot van verdriet en om medelijden mee te krijgen. Ze was een actrice eerste klas. Alle aandacht naar moeders, die het wel zo zwaar moest hebben! Altijd zieke kinderen!
Maar vanbinnen was Nadia vreselijk. Daar juichte ze om het medeleven van buurtbewoners, ziekhuispersoneel en familie. Ze kon hen wel zoenen. Alle aandacht ging naar haar en Nadia voelde zich gevleid. Het was gelukt! Een simpele breuk, een rare koortsachtige verschijning, een ademnood… En hup, met dochter‘lief’ naar het ziekenhuis. Men bedolf haar met troostende woorden, oppep praatjes.
Het leek alsof Nadia een zware last op haar schouders droeg, maar in feite was haar dochtertje degene die werd bedolven onder pijn, angst en geweld.
Zij leed onder het geweld van haar moeder, maar zij was ook degene waar nooit naar werd omgekeken. Hooguit in het ziekenhuis, om te onderzoeken wat er aan de hand was. Maar alle andere aandacht werd als een groot magnetisch veld naar haar moeder Nadia getrokken. En niemand, behalve het meisje en haar broer, die wist wat er achter de vreselijke ziekteverschijnselen waarlijk schuil ging…
Moeder Nadia was woest. Woest op haar man Laurens. Hij had het ontzettend druk met zijn carrière en was weken van huis voor zaken in het buitenland. Nadia stond er helemaal alleen voor toen ze beviel van haar eerste kindje. Laurens kon met geen mogelijkheid terug vliegen om bij de bevalling te zijn, gezien het project waar hij aan werkte van “levensbelang” was, zoals hij dat zelf zei, en omdat hij zich in Australië bevond… Nadia was kwaad en bracht met deze gevoelens haar zoontje Thomas op de wereld.
3 Jaar later werd hun tweede kindje geboren, genaamd Loes. Het meisje werd vijf weken te vroeg geboren, waar beide ouders niet op hadden gerekend. Laurens van Roosmalen was wéér van huis, terwijl hij nog zo had besloten thuis te zijn als zijn vrouw moest bevallen. Maar ja, bevallingen zijn nou eenmaal niet te plannen. Vandaar dat Laurens zich ditmaal midden op zee bevond, van Frankrijk naar Engeland. Het feit was dat hij niet simpelweg tegen de kapitein kon zeggen om het schip om te keren. En wéér beviel Nadia alleen, zonder man. En wéér was ze woest en kwaad.
Het pasgeboren meisje werd een aantal weken in het ziekenhuis opgenomen ter observatie. Omdat ze veel te vroeg was geboren, verkeerde ze haar eerste minuten in levensgevaar. Ze was namelijk ook nog eens bijna gestikt door de navelstreng die zich om haar nekje had gewurgd. Tot overmaat van ramp bleek ook nog eens dat het kleine meisje maar een long had. Dit heeft verder niet veel invloed gehad op haar levensstijl. Hooguit was het sporten een sta-in-de-weg.
Nadia kropte intussen al haar woede tegenover Laurens op, maar sprak geen woord met hem. Vanbuiten leek ze de dove dame, die de excuses van haar man niet wilde horen. Vanbinnen steeg de berg met afschuw tegenover haar man in no-time.
Amper een maand na de geboorte van Loes, vertrok vader Laurens alweer naar het buitenland voor zaken. ‘Het kan écht niet anders,’ was zijn standaard argument. De anders zo driftige Nadia, die direct in discussie wilde gaan, hield nu stijf haar mond dicht en vertrok geen spier. Het gebaar deed Laurens pijn, maar hij verwachtte dat de bui wel over zou gaan en dat ze simpelweg een overtollige dosis hormonen over zich heen had gekregen na de bevalling.
Moeder Nadia moest haar woede echter ergens kwijt en had absoluut geen last van “overtollige dosis hormonen”. Deze woede liet ze volledig op haar kinderen vallen. Vrienden had ze niet, omdat ze afstandelijk was. Haar kinderen kregen de volle laag.
Nadia begon met slaan, schoppen en stompen. Maar toen zelfs dát haar woede niet kon sussen, greep ze reikhalzend naar de optie om andere maatregelen te nemen. Ze experimenteerde met verschillende medicijnen en gebruikte veel injecties. Omdat ze de opleiding tot verpleegster had gedaan, wist ze veel van de medische cultuur en de zaken in het ziekenhuis.
Wat Nadia zelf echter niet wist, was dat ze langzamerhand begon te lijden aan het syndroom van Münchhausen by Proxy, kortweg ook wel MBP benoemd. Bij dit syndroom is meestal de moeder de dader van het aantasten van de gezondheid bij haar kinderen. Net als Nadia hebben dit soort mensen vaak kennis van de medische wereld en vinden ze de ziekhuis omgeving heerlijk. De daders van MBP zijn perfecte acteurs en hebben vreselijk veel behoefte aan aandacht van mensen om hun heen. En Nadia had die aandacht hard nodig, gezien ze geen vrienden had en haar man bijna altijd weg was voor zaken.
Alleen om aandacht te doen en haar woede te wreken, zorgde ze er hardhandig voor dat haar kinderen op de een of andere manier in de buurt van het ziekenhuis of de dokter kwamen. Een overdosis insuline, gebroken ledematen, een raar soort griep, een bacteriële infectie… Niets was Nadia te gek om maar een greintje aandacht te krijgen.
Toen de kleine Loes naar school mocht, bouwde ze twee werelden op. De vreselijke, maar werkelijke wereld, waarin haar moeder de heks was en niemand om haar gaf. De tweede wereld was een fantasiewereld, waarin er geen moeders bestonden en waarin zij de gelukkigste prinses van heel de wereld was. Zo gedroeg ze zich op school en bij vriendinnetjes. Ze liet niets merken van wat er thuis speelde, bang dat mama haar nog meer pijn zou doen.
En dan zou het wel eens fout kunnen gaan… Net als bij haar grote broer Thomas…
’Je hebt hem wát verteld?’ krijste Nadia woest tegen haar zoontje van 7 jaar. Thomas hield zijn lippen stijf op elkaar geklemd en was wit weggetrokken. In een andere hoek van de kamer stond de, toen nog, vierjarige Loes zachtjes te huilen.
‘Houd je kop…!’ siste haar moeder in Loes’ richting. Thomas hield zijn mond nog steeds als op slot en balde zijn kleine vuistjes. Hij had over de thuis situatie teveel vrij gelaten tegenover een vriendje van hem en dat betekende groot gevaar voor Nadia.
Als een bezetene begon ze aan de kleine Thomas te trekken en duwen, terwijl ze er op los schreeuwde. ‘Ik heb je toch gezegd dat er hier niets in huis gebeurt? Je zou je mond houden tegenover dat joch! Als ik merk dat dit nóg een keer plaatsvindt, dan…. Dan…!’ En daar ging ze weer. Verstikt in haar oude gewoontes, haar aandoening… Wat ze Thomas allemaal had aangedaan, wist ze niet meer. Ze had het in haar hoofd gedelete.
De aandacht die ze in het ziekenhuis daarop kreeg, was heel fijn en streelde haar trots. Maar toen het piepje van de hartbewaking bij Thomas van korte snelle piepjes in een lange toon veranderde, wist Nadia dat ze deze keer te ver was gegaan.
Een hartstilstand, hoorde ze van de artsen. Gezien Nadia zelf verpleegster was geweest, wist ze wat er zou gebeuren. Ze had gehuild: tranen stroomden als watervallen naar beneden. Perfectie imitatie. Niets was geweest wat het leek. Tot overmaat van ramp kreeg Thomas ook nog een hersenbloeding. De toestand was zeer kritiek en Nadia begon nu toch wel te twijfelen of haar bezigheden niet té ver waren gegaan. Stel je voor dat Thomas zou overlijden..!
Dan had ze alleen Loes nog maar om op uit te testen..! Een vreselijke gedachte voor Nadia.
Maar gelukkig voor haar, wisten de artsen het leven van Thomas op het randje te redden. Zijn leven zou alleen nooit meer zo zijn als ooit tevoren. Dankzij de hersenbloeding was er in zijn hoofd een boel aangetast, waardoor hij in een inrichting geplaatst moest worden. Hierna had Loes hem nooit meer gezien…
Voor haar nog maar korte leventje van 6 jaar, had Loes al ongelofelijk vaak in het ziekenhuis gezeten, in de ambulance gelegen of zwak gewacht in de dokterspraktijk. Nadia keek er wel voor uit dat ze niet te vaak naar één en hetzelfde ziekenhuis kwam, om argwaan bij de artsen te voorkomen.
De twee werelden die Loes had bedacht, hadden zoveel invloed op het meisje, dat haar uiterlijk op school en thuis verschilden als dag en nacht. Op school en bij vriendinnetjes was ze het vrolijke, enthousiaste en gezellig kwebbelende meisje. Haar bruine krulletjes hingen in twee staartjes vrolijk naast haar hoofd en bungelden heen en weer als ze huppelde over het schoolplein. Haar wangetjes kleurden rood, terwijl haar muisgrijze oogjes begonnen te stralen.
Thuis zag ze er totaal anders uit. Haar schouders hingen, haar grijze oogjes keken bang en afwachtend, alsof ze elk moment een klap kon verwachten. (Wat overigens ook zo was..!) Haar staartjes waren uitgezakt of zaten compleet in de war. Ze was stil, sprak amper een woord. Zodra ze iets zei, was het in de trant van: ‘Mama, nee! Niet weer! Mama, stop! Au!’.
Er was echter een iemand waar ze wel tegen sprak. Hem durfde ze alles te zeggen. Het was haar immens grote, grijze hangoor konijn, genaamd Bunny. Als mama niet keek, ontsnapte Loes het huis uit en ging beschut achter het konijnenhok zitten. Ze vertelde het konijn álles. Wat mama deed, waar ze pijn had, hoe ze zich voelde en wanneer ze weer naar het ziekenhuis moest. Als Loes aan iemand vertelde dat ze een konijn had, werd er vaak raar gereageerd. Niet dat het raar is om in huize Van Roosmalen een konijn te hebben. Nee, maar omdat Loes het verkeerd uitsprak. Vaak sprak ze de K uit als een T. ‘Itk heb een tonijn thuis!’ kon ze heel opgewonden vertellen. Dit leidde meestal tot komische situaties.
Toen Loes op een zomerse avond weer naar haar konijn sloop, kon de nieuwsgierige, maar lieve buurvrouw Hanneke zichzelf niet bedwingen om te luisteren. Ze schrok zich naar toen ze het complete verhaal hoorde van haar kleine buurmeisje. Haar armpje was gebroken door mama, het deed heel veel auw en mama deed helemaal niet lief tegen haar!
Buurvrouw Hanneke bracht, na verschillende organisaties te hebben ingelicht, de zesjarige Loes in veiligheid. Moeder Nadia werd beschuldigd voor mishandeling en zou over een paar dagen haar acteerkunsten in de strijd moeten gooien tussen een hoopje rechters. Helaas voor de wrede dame werd ze in de val gedreven en hadden haar acteerkunsten geen enkele invloed op de kille rechter.
Loes werd uit huis geplaatst en zou voorlopig op Direon haar leven voortzetten. Ze zou een gezond leven tegemoet gaan. ’s Nachts droomde het meisje over het kasteel, waar zij de prinses zou zijn.
Een week later was het zover. En daar stond ze dan: Prinsessen-tas op haar rugje, twee staartjes in, een koffertje naast zich, terwijl ze het loodzware konijn probeerde vast te houden en een verlangende blik in haar muisgrijze oogjes. Een nieuw avontuur stond haar te wachten. Ze hoopte op veel jurken, kroontjes, mooie en moedige prinsen die draken zouden verslaan als zij in de torenkamer zat en snoepjes in overvloed. Maar dat was nog even afwachten…
Off: Meer info over syndroom van MBP:
Klik!