Welkom
Direon in open! En daarom is het tijd op te Posten!
Maar ik zou eerst maar even een Biografie schrijven!
Heel veel plezier in dit opvangtehuis!

Belangrijke Topics

Informatie
Het is juni 2009

Shoutbox

Gezinshoofden

Mentoren

Begeleiders

Afwezig

Andere RPG's
Photobucket
Photobucket

 


InvisionFree - Free Forum Hosting
InvisionFree gives you all the tools to create a successful discussion community.

Learn More · Register for Free
Welcome to Direon. We hope you enjoy your visit.


You're currently viewing our forum as a guest. This means you are limited to certain areas of the board and there are some features you can't use. If you join our community, you'll be able to access member-only sections, and use many member-only features such as customizing your profile, sending personal messages, and voting in polls. Registration is simple, fast, and completely free.


Join our community!


If you're already a member please log in to your account to access all of our features:

Name:   Password:



  .locked.   .new topic.   .new poll.   

 Daan van der Brecht, Mentor
Daan van der Brecht
Posted: Oct 18 2008, 02:25 PM


Daandebanaan!
Group Icon

Group: Mentor
Posts: 62
Member No.: 60
Joined: 16-October 08



Vanaf kleins af aan was Daan de lieve jongen met het hart van goud. Iedereen op school mocht hem, hij maakte in een minuut al een nieuw vriendje. De juf van de kleuters had zijn moeder al verteld dat ze zijn gedrag zeer opmerkelijk vond. Hij was sociaal, bijna te sociaal. Ze moesten oppassen, later kon dit problemen opleveren, als er iets zou gebeuren. Maar zijn ouders waren alleen maar trots op hem. Daan was hun kleine lieve zoontje die elke dag bij een ander vriendje of vriendinnetje ging spelen. Nooit was hij boos, nooit deed hij lastig. Maar verdrietig zijn, dat kon de kleine kleuter wel. Als er weer eens iemand gepest werd, of als hij op straat mensen een gevecht had zien houden. ‘Mensen vinden elkaar niet altijd aardig, Daan. Daar kan jij niks aan doen. Zolang jij maar gelukkig bent met de dingen die je doet en zelf aardig doet is alles goed. Je kan andere mensen niet veranderen.’ Zo vaak had zijn moeder dat verteld. Maar misschien was hij wel een beetje koppig. Telkens als iemand uit zijn klas iets gemeens tegen iemand anders zei, konden ze op een preek van de kleine donkerharige jongen wachten. Want die kwam er, altijd. Daan wilde dat mensen het naar hun zin hadden, dat ze lief deden tegen elkaar. Maar het ging niet.

Er zat een jongen in zijn klas, Ferry. Altijd was hij op zoek naar slachtoffers, meestal pikte hij de zwakken eruit. Die waren makkelijk te kwetsen en dat wist de jongen maar al te goed. Niemand durfde de nu achtjarige Daan te beledigen. Hij had teveel vrienden, de juf stond teveel achter hem en hij was te goed in dingen krom of juist recht praten. Ferry lette altijd goed op voordat hij iets gemeens ging zeggen. Was Daan er niet? Was een van zijn verklikkers er niet? Nee? Mooi, dan kon hij zijn gang gaan. Alle kinderen die zijn slachtoffer werden kwamen toch daarna verhaal bij hem doen. En dan ging hij toch weer naar Ferry toe. Mensen verklaarden hem voor gek, want iedereen was bang voor die dikke grote sterke jongen die je met woorden helemaal naar beneden kon halen. Maar Daan was niet bang. Ferry moest inzien dat hij fout zat, dat hij mensen een laag zelfbeeld gaf. Dat pesten niet gelukkig maakte. Maar niemand snapte zijn toespraken, hoe aandachtig de kinderen ook naar hem luisterden. Daan had oude hersens, vond zijn oma. Daan was een bemoeial, vond Ferry. Daan was hun held, vond de klas. Daan was hun zoon die zich dingen teveel aantrok, vonden zijn ouders. Daan was te sociaal, vond zijn juf. Maar hij won het wel altijd van Ferry, op het einde van zijn toespraak ging hij altijd sorry zeggen. Helaas stopte het daardoor niet. En snapte de rest hem daardoor ook niet.

De basisschool was leuk en fijn, hoewel het soms ook moeilijk was. Je zou niet kunnen zeggen dat het zorgeloos was, iets dat veel mensen van hun basisschooltijd zeggen. Want hij was nooit een moment zorgeloos. Altijd hield hij zich wel ergens mee bezig, met een project om alle mensen van elkaar te laten houden. Soms lukte zijn plannetjes deels. Dan werden er kinderen aan elkaar gekoppeld die dan verkering kregen. Hartstikke leuk vond hij dat, maar zelf moest hij er niks van weten. Verkering? Hij snapte niet wat andere mensen daar nou aan vonden. Je kreeg er toch alleen maar ruzie van, het hielp niet om mensen bij elkaar te houden. Toch zorgde hij ervoor dat andere mensen verkering kregen. Omdat hij zag dat het hen wel gelukkig maakte. De hele groep acht was verdeeld in koppeltjes. Ferry en Daan waren een van de weinige kinderen die niemand hadden. Maar dat maakte niet uit. Soms maakte kinderen er wel eens grapjes over. ‘Daan, misschien moet jij maar met Ferry nemen, dan hebben we alleen nog maar stelletjes!’ Eigenlijk kon hij er niet zo hard om lachen. De anderen des te meer.

Een jaar later was het dan tijd voor de middelbare school. Iedereen vond het spannend, een nieuwe stap in het leven, ze waren er helemaal klaar voor. Maar hij niet. Alle kinderen zou hij missen, Ferry misschien ook wel! Want iedereen ging naar een andere school dan hij. Want Daan ging verhuizen, naar de andere kant van het land. Geen bekende mensen meer, geen vrienden meer, alleen nog maar zijn vader en zijn moeder. Maar hij moest er het beste van maken. Zijn afscheidsfeestje vond hij best emotioneel. Hij merkte dat alle stelletjes naar elkaar toe trokken en dat hij er alleen voor stond. Alleen op zijn eigen feestje. Dat was toch vreemd? Hij had die kinderen toch altijd geholpen, was altijd hun vriend geweest? Blijkbaar had iedereen anders tegen die vriendschappen aangekeken. Zonder moeite zeiden ze hem gedag en ze hoopten dat hij nog eens terug zou komen. Maar ze zeiden het op zo’n toon dat Daan hem niet geloofde. Ze waren hem zat, hij was een betweter, een irritant ventje. Dat moest veranderen, want hij kon niet zonder andere mensen, hij moest anderen helpen!

Zijn nieuwe school, dag één van de brugklas. ‘Dat is die nieuwe hé, moet je zien hoe gay hij is! Ook echt lonely, niemand kent hem, waarom is hij hier? Kan hij niet oprotten ofzo?’ Verschrikt keek Daan op. Zijn klasgenoten kenden elkaar allemaal al van de basisschool en hij was de indringer. Alles was omgedraaid en het was vreselijk! En hij was niet gay, helemaal niet! Zag hij er misschien gay uit? Na een spiegelsessie had hij besloten dat hij een ander imago moest. Niet meer van het ‘sukkelige gaytje’. Hij moest stoer zijn. Maar toch zijn aardige kant houden, want hij kon zichzelf natuurlijk niet zomaar wegstoppen. Dus toen ze nog een keer wat tegen hem zeiden, kregen ze een gigantisch grote mond terug. Iedereen keek verbaasd. Was de softie dan toch harder dan ze hadden gedacht? Daan veranderde zijn kledingstijl, ging om met andere mensen en ineens vond iedereen hem weer leuk en aardig. Maar het was allemaal oppervlakkig en nep, wist hij nu. Hij kwam in contact met verschillende mensen. Thomas en Stijn besloten hem op te nemen in hun vriendengroep. Hij kon nog wel van pas komen, later. Daan vond het prachtig, mensen accepteerden hem eindelijk weer. Het enige wat hij ervoor had moet doen, was zijn kleding veranderen en een grote mond geven!

De jongens werden ouder en dat was te merken. Thomas en Stijn en de rest van de groep deden verschillende dingen die God verboden had. Daan zat op het vwo, maar was ‘bevriend’ geraakt met de mavo gasten. Afkeurend keek het afdelingshoofd vwo naar buiten. Daar liep hij dan, de jongen uit de vierde klas die zo goed kon leren, een voorbeeld voor alle leerlingen zou kunnen zijn op dat gebied, maar het voor zichzelf verpestte door gewoon niet te leren en met die mensen van de mavo om te gaan. Waarom besefte hij dat nou niet? Hij was zo zijn eigen toekomst aan het verzieken. Want hij stond veel, teveel onvoldoendes op zijn rapport. Misschien moest ze zijn ouders maar eens bellen. Stiekem voelde de oude vrouw zich een beetje een verraadster, maarja, wat moest ze anders? Een paar minuten later hing ze zuchtend weer op. Zijn ouders begrepen haar standpunt, maar ze vertelden dat zij er ook niks aan konden doen. Er zou echt wat ernstigs moeten gebeuren voordat Daan zou stoppen met het voor zichzelf te verpesten. Hij kon tenslotte niet zonder mensen, maar was in de handen van de verkeerde mensen gevallen. Dit ging niet goed aflopen, wist ook het afdelingshoofd. Maar ze kon maar geen andere manier bedenken om de jongen te overtuigen. Straf hielp niet, dreigen hielp niet, gesprekken hielpen niet. Zij en de ouders voelden zich machteloos. De jongen was teveel door gedraaid. Hij was zo opgegaan in het feit dat hij nu nieuwe mensen kende, dat hij er blind door was geworden.

Daan zelf dacht er anders over. De mavo jongen waren aardig en hadden ook zo hun problemen. De meeste hadden het niet goed thuis, hij probeerde alles te doen om ze te helpen. Hij was gewoon nog zichzelf, maar had alleen minder tijd voor zijn huiswerk. Dat vond hij nu niet belangrijk, zijn vrienden waren alles voor hem. Ze accepteerden elkaar tenminste. Scholden elkaar niet uit, zoals die stomme kinderen uit zijn klas. Niet dat die nu nog durfden te schelden. Maar Daan was gewoon nog braaf, aardig en zou nooit iemand kwaad doen. Helaas voor hem wisten zijn vrienden dat ook. Er kwam een dag dat Stijn en Thomas ruzie kregen. Thomas had namelijk dingen gestolen uit Stijn’s huis. Stijn was vastbesloten de jongen iets aan te doen. Thomas vluchtte, naar Daan. Geschrokken van zijn vriend deed hij de deur open. Thomas vroeg of hij mocht blijven logeren en vertelde zijn verhaal. Even twijfelde de donkerharige jongen. Als hij Thomas zou helpen, zou Stijn daar niet blij mee zijn. En als Stijn niet blij was, moest je oppassen. Maar toch besloot hij dat Thomas wel bij hem mocht logeren. Foute keuze.

Die avond waren ze alleen in zijn huis. Zijn ouders wisten wel dat Thomas bleef logeren, maar niet waarom. Wat maakte het hun ook uit, Daan had gewoon een vriend uitgenodigd, niks aan de hand toch? Bovendien vonden ze hun logee best aardig en zagen ze dat hun zoon vrolijk was. Maar toen de ouders samen uit eten gingen en Daan en Thomas naar de film wilde gaan, stond Stijn ineens in zijn voortuin, met een paar vrienden van hem. Hij wilde Thomas spreken, maar die durfde hem niet onder ogen te komen. Aan twee armen werd hij meegesleurd door Stijns vrienden, die wel bodyguards leken. ‘Hoe durf je, lafaard, geld te stelen uit mijn huis? Ik dacht dat jij een vriend was? Vrienden die elkaar verraden, dat kan natuurlijk niet!’ hoorde hij Stijn grijnzend zeggen. Dit beloofde helemaal niks goeds. Maar wat moest hij doen? ‘Stijn, doe even rustig. Hij heeft het toch teruggegeven?’ ‘Daan houd je bek dicht. Dit is een zaak tussen mij en Thomas.’ Ineens zag Daan iets glimmen. Een mes. ‘NEE!’ brulde hij, maar het was te laat. Thomas had een fikse steek in zijn maag gekregen en de jongens kwamen nu op hem af. ‘Wat is er dan, lieve Daan, gay persoontje van ons?’ Verbijsterd keek hij de jongen voor hem aan. Ze hadden hem belazerd, ze hadden hem gebruikt! ‘GRIJP HEM!’ Hardhandig werd hij vastgepakt, terwijl hij om zich heen schopte. Dit mocht hem niet gebeuren! Maar het werd al zwart voordat hij zelf maar een ontsnappingsplan kon verzinnen…

In het ziekenhuis werd hij weer wakker, met naast zich zijn ouders. Daan schoot overeind, maar een fikse steek in zijn hoofd hield hem tegen. ‘WAAR IS THOMAS?’ Zijn moeder glimlachte geruststellend. ‘Rustig, Thomas ligt in de zaal hiernaast. Het gaat helemaal goed komen met hem.’ Opgelucht plofte hij terug in zijn kussens. Zijn ouders vertelden hem wat er gebeurd was. De bodyguards hadden hem bewusteloos geslagen en waren er daarna vandoor gegaan. De buurman had alles gezien en had meteen een ambulance en de politie gebeld. Stijn en zijn vrienden waren niet ver gekomen en werden opgepakt door de politie. Die hadden echt een probleem. De ambulance was gekomen en had Thomas en Daan naar het ziekenhuis gebracht. Ze hadden geluk gehad.

Na deze gebeurtenis had Daan besloten zijn hele leven om te gooien. Hij ging naar een andere school, waar mensen hem wel aardig vonden. Helaas bleef hij een jaar zitten. Het was zijn eigen schuld geweest. Op zijn nieuwe school maakte hij algauw nieuwe vrienden en had zelfs voor het eerst een vriendin, Mandy. Ze was lief, had donker haar en hij vertrouwde haar blind. Hij leerde gitaar spelen, iets waar hij erg veel plezier in had. Hij verzon er liedjes bij en zong ze voor zijn neefjes en nichtjes. Ook maakte hij grappige gedichtjes voor ze en probeerde zoveel mogelijk uit om ze te vermaken. Iedereen vond hem een talent met kleine kinderen en daar was hij best trots op. Hij hield van kinderen, hij hield van het feit dat hij kon bijdragen aan hun opvoeding en ontwikkeling.

Na een jaar ging zijn verkering met Mandy uit, ze waren gewoon uit elkaar gegroeid. Daan vond het best zo. Hij had een toekomstplan, hij wilde jongeren gaan helpen, zoals hij altijd al gedaan had. Na zijn vwo volgde hij verschillende opleidingen, die hij allemaal met succes afrondde. Ja, Daan was een harde werker, zeker de steekpartij. Het was zijn drijfveer geworden, andere mensen mochten niet zo behandeld worden. Zijn vrienden en vriendin hadden hem een stuk vrolijker gemaakt. Zelfverzekerd was hij altijd nog gebleven. Hij kon wat doen aan het leed van andere mensen. Toen hij zijn ouders vertelde over zijn toekomstplan, twijfelden deze eerst. Probleemkinderen? Was dat niet gevaarlijk? Daan moest beloven eerst een cursus zelfverdediging te volgen. Met tegenzin deed hij dat, maar achteraf bleek het wel leuk te zijn. Daarna pakte hij zijn koffers, verliet zijn ouderlijk huis en begon met een vrolijk humeur aan een nieuw avontuur: Direon.
0 User(s) are reading this topic (0 Guests and 0 Anonymous Users)
0 Members:
InvisionFree - Free Forum Hosting
Free Forums. Reliable service with over 8 years of experience.

.options.    .locked.   .new topic.   .new poll.   



Hosted for free by InvisionFree* (Terms of Use: Updated 2/10/2010) | Powered by Invision Power Board v1.3 Final © 2003 IPS, Inc.
Page creation time: 0.1460 seconds | Archive