Welkom
Direon in open! En daarom is het tijd op te Posten!
Maar ik zou eerst maar even een Biografie schrijven!
Heel veel plezier in dit opvangtehuis!

Belangrijke Topics

Informatie
Het is juni 2009

Shoutbox

Gezinshoofden

Mentoren

Begeleiders

Afwezig

Andere RPG's
Photobucket
Photobucket

 


Create a free forum in seconds.
InvisionFree - Free Forum Hosting
Welcome to Direon. We hope you enjoy your visit.


You're currently viewing our forum as a guest. This means you are limited to certain areas of the board and there are some features you can't use. If you join our community, you'll be able to access member-only sections, and use many member-only features such as customizing your profile, sending personal messages, and voting in polls. Registration is simple, fast, and completely free.


Join our community!


If you're already a member please log in to your account to access all of our features:

Name:   Password:



  .add reply.   .new topic.   .new poll.   

 Noa Kleinhout, Meisje, 14 jaar
Noa Kleinhout
Posted: Aug 18 2009, 05:12 PM



Group Icon

Group: Nieuw
Posts: 2
Member No.: 109
Joined: 16-August 09



Voor het ongeluk was Noa een vrolijk, ietwat brutaal meisje geweest. Voor het ongeluk was ze een kletskous geweest, altijd lachend, die pinnig van zich af kon bijten. Was ze niet klein te krijgen. Dat was allemaal ervoor geweest, en nu verleden tijd. Voor dat rampzalige ongeluk, dat het gezin Kleinhout verscheurde…
Meer dan de helft van Oscars gedachten begonnen met ‘voor het ongeluk’, en gingen over Noa. Zijn Noa.
Hij en Freddie hadden geprobeerd om Noa te helpen. Ze hadden het echt geprobeerd, natuurlijk hadden ze haar niet zo willen veranderen. Natuurlijk hadden ze het niet met opzet gedaan! Freddie hield ook nog steeds vol dat het hun schuld niet was. Noa was toch zeker zelf dat bos in gegaan? Maar Oscar wist beter. En steeds vaker dacht hij dat het wel degelijk zijn schuld was…

Noa en hij waren al samen zolang Oscar zich dat kon herinneren. Voor het blok waren ze altijd ‘Noa en Oscar’ geweest. Buurkinderen, vrienden vanaf het eerste uur en onafscheidelijk. Oscars moeder zei altijd dat ze elkaar perfect aanvulden. Noa was de zorgzame, maar ook degene die het best ruzie kon maken. En, zo zei ma altijd, Oscar paste daar precies bij. Hij was zo ongeveer het tegenovergestelde van Noa, en daarom pasten ze zo goed bij elkaar. En het maakte daardoor ook niet uit dat Oscar twee jaar ouder was dan Noa. Ze merkten het gewoonweg niet.
Het was, door Noa’s zorgzame trekjes, dan ook niet zo gek dat, toen Freddie bij hen in de straat kwam wonen, ze zich direct over hem ontfermde. Oscar vond het wel grappig om te zien, hoe Noa zich bekommerde om Freddie, telkens vroeg wat hij wilde doen, hem telkens betrok bij hun spelletjes. Hij vond het wel best, en ook wel gezellig, eigenlijk. Langzaam werd het niet meer ‘Oscar en Noa’, maar ‘Oscar, Freddie en Noa’. Ze waren gewoon onafscheidelijk.
Van Noa’s gave werd wat bekend, toen ze negen was.

“Oscar!” hoewel Oscar niet zo handig was op emotioneel gebied, wist hij toch dat Noa overstuur was. En behoorlijk ook. Snel stond hij op, om te voorkomen dat Noa tegen hem opknalde of over de voeten van hem en Freddie struikelde.
“Noa! Wat is er?” fluisterde hij, terwijl hij het meisje probeerde te kalmeren. “Is die kwal van nummer vijftien weer bezig? Dan ram ik hem kapot!”.
Hij voelde nog net hoe Noa haar hoofd schudde. Dat was het niet, dus. Maar wat was het dan wel? Noa was in zijn ogen altijd een meisje geweest dat niet kapot te krijgen was, dat altijd, altijd haar hoofd opgeheven hield. Dat door niets of niemand kapot te maken was. Maar zo, zo ongelofelijk overstuur, had hij haar nog nooit meegemaakt. Instinctief voelde Oscar aan dat dit iets anders was, heel anders dan het geirriteer van Joost van nummer vijftien. Dit zat dieper. Dit was een combinatie van verdriet, pijn, en angst.
Heel zachtjes, zo zacht dat alleen Oscar het kon horen, fluisterde Noa:
“Oma.”
“Wat?” verbaasd keek Oscar naar zijn vriendinnetje. Noa’s oma was anderhalve week geleden overleden. Wat kon er met Noa’s oma aan de hand zijn?
“Ze stond-d-d-d… daar.” trillend wees Noa naar de oprit van haar huis.
Achter hem hoorde Oscar Freddie naar adem snakken. Zelf keek hij verrast naar de oprit. Waar had Noa het over? Er stond helemaal niemand. Ja, afgezien van de kat, maar dat kon Noa toch niet bedoeld hebben?
Noa begon weer te snikken, en verborg haar gezicht tegen zijn borst. En hij, hij snapte er niks van. Ja, hij wist dat Noa en haar oma een hele sterke band hadden gehad. Maar… Plots begon er iets te dagen. Wat, als Noa iets zag wat hij en Freddie niet zagen? Met open mond keek hij Freddie aan, en hij zag in zijn ogen dat hij het zelfde had bedacht.


Dat Noa gevoelig was voor bepaalde dingen waar anderen minder gevoelig voor waren, wist Oscar dus al vanaf zijn tiende. En Noa en Freddie ook. Maar dat het ooit nog eens Noa’s leven zou redden, had niemand ooit kunnen bedenken…
Oscar kon het zich nog zo goed herinneren. Het was op een zaterdag geweest, en het was de eerste keer dat hij Noa echt ruzie hoorde maken met haar ouders.

“Noa, je moet mee. Joëlle wil het zo graag…” smekend keek Noa’s moeder naar haar boze dochter.
Noa schudde woest haar hoofd, haar donkerbruine haren zwiepten mee.
“Nee! Ik ga niet. Ik wil bij Oscar en Freddie blijven, niet naar zo’n stomme muziekvoorstelling. Ik ben er al veel te vaak geweest!”.
Oscar zag, dat vanuit de auto de ruzie geamuseerd gevolgd werd door Noa’s vader en haar drie zussen, Fabiënne, Madeleine en Joëlle.
Noa’s moeder zuchtte.
“Okee, dan moet je het zelf maar weten. Blijf dan maar bij Oscar, als je echt niet mee wilt.”
Hij zag een angstige grijns op Noa’s gezicht verschijnen, en vermoedde daardoor dat er toch iets heel anders achter zat…


Er zat inderdaad iets achter, kreeg Oscar gauw genoeg te weten. Maar Noa vertelde hem niet wat de werkelijke reden was. Dat kreeg hij te weten toen de Verschrikkelijk Nieuwsgierige Buurvrouw (zo noemden Oscar, Freddie en Noa dat mens, ze wisten haar echte naam niet) samen met de politie het nieuws kwam brengen. En hij wist precies waarom Noa niet mee was gegaan.
Later bedacht hij zich, dat als de politie niet mee was geweest en het gewoon aan Mevrouw Nieuwsgierig had overgelaten, Noa niet zo zou zijn als ze nu was. Maar ja, daar was nu niks meer aan te doen, en nog steeds droomde hij af en toe over het moment dat de politie voor de deur stond, en vertelde dat de auto, met Noa’s hele familie er in, door een vrachtwagen, per ongeluk weliswaar, in het water was geduwd. En altijd werd hij dan wakker met het uitdrukkingsloze gezicht van Noa op zijn netvlies gebrand, dat gezicht dat de politie niet geloofde. Het was verschrikkelijk. De droom was verschrikkelijk, Noa’s gezichtsuitdrukking was verschrikkelijk, alles was verschrikkelijk. Vanaf dat moment nam Noa’s leven een onverwachte wending.

Noa was nu dus een wees. Ze had geen vader en moeder meer, geen zussen. Oscar had geen flauw idee hoe ze die schok kon verwerken. Ja, hij wist dat Noa niet kapot te krijgen was. Maar of ze hierdoor nog steeds zo hard als steen bleef? Hij wist het niet. Zelf kon hij het amper geloven. Nooit meer mevrouw Kleinhout tegenkomen in de buurtwinkel. Nooit meer gegroet worden door Noa’s vader. Nooit meer verstoppertje doen met Fabiënne, Madeleine, Joëlle en Noa. Het was zo onwerkelijk. Waren ze echt dood? Maar wat hij voelde, was niks, echt niks, vergeleken met wat Noa moest voelen.
Noa, zijn Noa, moest naar een tehuis. Een tehuis waar alleen maar meisjes waren. Toen ze Noa wegbrachten, zag Oscar de tranen in de ogen van zijn vriendin. Zelf kon hij zich ook amper goed houden. Nu Noa weg was, leek het alsof de periode van spelen en lachen, de onbezorgde kindertijd, voorgoed afgesloten was. Het zou nooit meer hetzelfde worden, wist hij.
Oscar hoorde heel weinig uit het tehuis. En hijzelf ging ook naar school, werd ouder, kreeg nieuwe vrienden. Noa was bijna uit zijn gedachten verdwenen. Tot ze plots voor de deur stond.

“Noa!” gilde Oscar ietwat oncharmant. Ja, ze was het echt, Noa stond echt in de deuropening. Vanuit het trapgat riep Hella:
“Oscar, wie is dat?”
“Gewoon een vriend van school. Ga maar weer aan het werk!” antwoordde Oscar. Het leek hem nog niet zo slim om nu al te vertellen dat hun vroegere buurmeisje en de persoon met wie hij vroeger wilde trouwen voor de deur stond. Hella zou het zekerweten aan hun moeder vertellen, en het verder ook rondbazuinen in de hele buurt. Leek hem niet zo’n goed idee.
Met een hoofdwenk haalde hij Noa de gang binnen.
“Ga maar even naar boven,” fluisterde hij, “ik kom er zo aan. Ik ga even Fred halen. En laat je niet zien aan Hella, okee?” Oscar keek even in Noa’s donkere ogen. Mijn God, dacht hij, wat is ze mooi geworden. Toen rende hij naar buiten, met een mededeling waarvan Oscar het betwijfelde of Freddie hem wel zou geloven.
“Noa, wat is er gebeurd?” vroeg Oscar bezorgd, toen hij even later met Freddie zijn kamer binnenkwam. Noa’s ogen waren helemaal rood en gezwollen, en haar anders zo glanzende haren waren helemaal geklit.
“Een rottehuis” zei ze bijna onhoorbaar. “Ben ontsnapt. Ik wil niet terug, Oscar, ik wil niet terug!” smekend keek ze Oscar aan. Die schrok van de blik in haar ogen. Zo smekend, zo bang, zo wanhopig. Op dat moment zweerde hij, bij alles wat hij liefhad, dat hij Noa zou helpen. Welke offers dat ook van hem vroeg.


Freddie was op de proppen gekomen met het idiote idee. Die is knettergek, dacht Oscar, maar hoe meer Freddie ervan uitlegde hoe beter het hem beviel. Zo werden er plannen gemaakt om Noa te verstoppen voor de mensen van het tehuis, en voor de politieagenten die vast en zeker naar haar op zoek zouden gaan. Er werden inkopen gedaan, stiekem, zodat niemand het zou merken. Noa werd voor zo lang het duurde verstopt in Freddies oude boomhut, dat was zo’n bouwval: daar durfde toch niemand bij in de buurt te komen.
Een weekje later was het zover. Er werd een hoop geheimzinnig gedaan, (Hella klampte zich meerdere keren aan Oscar vast, “wat zijn jullie nou van plan?”), maar toch. Het meest idiote plan ever was gelukt: ze hadden Noa heelhuids het bos in gekregen, in de boswachtershut van Freddies opa. Die zat allang in een bejaardenwoning, die hut stond al tijden leeg. Tot nu. Nu woonde Noa erin. Freddie en Oscar deden om de beurt boodschappen, Noa durfde het bos niet meer uit, uit angst dat ze gesnapt werd en weer terug moest naar dat kindertehuis.
Bijna iedere dag ging Oscar naar Noa. Tegen zijn moeder en Hella zei hij dat hij huiswerk maakte bij een vriend, en in feite was dat toch niet zo heel erg gelogen? Noa en hij waren vrienden sinds ze konden kruipen, en zijn huiswerk maakte hij daar. Maar naar een paar weken ging hij langzaam steeds minder naar Noa. Eerlijk gezegd, ook al durfde Oscar dat amper toe te geven, wilde hij iets vaker thuis zijn. Hij leefde ongeveer in de boswachtershut, net als Freddie, en daar wilde hij vanaf. Hij ging steeds minder, eerst een paar dagen per week, toen nog maar twee, en uiteindelijk nog maar een keer per week. Maar nu besefte hij pas de gevolgen van die daden...
Noa verwilderde. De politie, die inmiddels grootschalig naar haar op zoek was, rende af en toe ook in het bos rond. Ze vertrouwde niemand meer. Ze liet zich amper zien. Oscars conclusie: het ging glad verkeerd!

"Nooooa, waar ben je?" behoedzaam keek Oscar om de hoek van de deur. Het was er keurig opgeruimd, heel anders dan zijn eigen kamer. En er was niemand. Hij kreeg een naar voorgevoel. Waar was Noa gebleven?
"Haaii." hoorde Oscar plots achter zijn rug.
"Aaaaaaaaaaaah!" hij sprong een halve meter de lucht in. "Noa! Wil je dat nooit meer doen?"
In de deuropening stond ze. Noa, zijn Noa, zijn vriendin. Maar, o mijn God, dacht Oscar verschrikt, wat is ze veranderd! Van de leuke, knappe Noa die er zo goed verzorgd uitzag was niet zo veel meer over. Haar haren zaten helemaal door de war, met een hele hoop blaadjes en takjes erin. Ze had schrammen op haar gezicht en armen, en groene vegen in haar gezicht. Maar ze zag er gelukkiger uit dan Oscar haar ooit had gezien vanaf het moment dat de Nieuwsgierige Buurvrouw het nieuws kwam brengen. Op haar schouder zat een musje vrolijk te kwetteren.
Noa zag blijkbaar dat hij naar het musje keek, want ze zei vrolijk:
"Ja, lief is 'ie, he? Het duurde eeuwen voor ik zijn vertrouwen gewonnen had, maar het is gelukt, uiteindelijk." ze floot even een melodietje, het leek schrikachtig veel op het gekwetter van de mus, en die leek erop te antwoorden! Oscar was zo verbaasd dat hij even geen antwoord kon geven.
"Tsja, ik moet toch iets doen als jullie er niet zijn, of niet dan? Musjes waren het makkelijkst te lokken. Nu ben ik bezig het gekwetter van de merels te leren... Mijn enige gezelschap hier." haar toon klonk verwijtend.
"Tsja. Ehm, No," Oscar had geen flauw idee hoe hij dit moest brengen, zonder dat Noa helemaal ging flippen en boos op hem werd en heel hard weg zou rennen, want hij wist zeker dat ze absoluut niet wilde.
"Ja?" Noa hield haar hoofd vragend schuin, en keek hem aan met die grote bruine ogen. Inwendig zuchtte Oscar. Dat maakte het allemaal nog lastiger.
"Nou, Noa, vind je zelf ook niet dat je echt niet je hele leven in een bos kan wonen?" toen Noa geen antwoord gaf ging hij voorzichtig verder. "Kijk. Fred en ik dachten... Wij hadden bedacht... Tsja..." Oscar haalde even heel diep adem, en toen kwam het hoge woord eruit.
"Noa, je moet hier weg."
En op dat moment wist Oscar dat hij nooit, maar dan ook nooit Noa's gezichtsuitdrukking kon vergeten.


De politie drukte Oscar op het hart dat hij er goed aan had gedaan Noa uit dat bos te halen (hij en Freddie hielden wijselijk stil dat ze Noa ook dat bos in hadden gekregen). Het was vreselijk om te zien. Ze zat de hele tijd in een hoekje op de bank, ze vertrouwde niemand, helemaal niemand meer. Het was bijna eng. Waar was dat vrolijke meisje gebleven? dacht Oscar vaak. Ze was zo verwilderd, zo mensenschuw, het deed hem pijn haar zo te zien.
Er werden plannen gemaakt om Noa naar een ander tehuis te sturen, Direon. Hella en hij moesten op pad om een nieuw stel kleren voor Noa te kopen. En de 'grote' dag kwam steeds dichterbij...

De taxirit was vreselijk. Noa zat constant in een hoekje van de bank, het enige wat ze kon doen was rillen en huilen, en af en toe angstig naar de taxichauffeur kijken. Het was echt vreselijk. Noa was zijn vriendinnetje, en waarom moest juist haar dit nou overkomen?
Ook voor de deur van het tehuis, dat overigens een kasteel was (dat wist ik helemaal niet! dacht Oscar verwonderd), was het een drama. Snikkend klampte Noa zich aan hem vast en hij kon zich maar met moeite losmaken van haar kleine, geschaafde handen. Haar overtuigen dat het deze keer wel een goed tehuis was, had Oscar allang opgegeven. Dat was toch onmogelijk, was wel gebleken uit alle pogingen die Freddie, Hella, de rechercheur en hij gestaakt hadden.
Terwijl de taxi wegreed probeerde Oscar niet naar dat tengere figuurtje te kijken. Het deed hem zoveel pijn om haar hier achter te laten, en hij wist niet of het wel goed zou gaan. Ze was verwilderd en mensenschuw, ze vertrouwde helemaal niemand, volgens Freddie en hem waren dat perfecte ingrediënten voor problemen.
Maar hoe hij ook probeerde, hij kon die wanhopige blik in haar ogen niet uit zijn gedachten krijgen. Toen reden ze de hoek om, en waren Noa en het kasteel Direon achter de bosrand verdwenen.
1 User(s) are reading this topic (1 Guests and 0 Anonymous Users)
0 Members:
DealsFor.me - The best sales, coupons, and discounts for you

.options.    .add reply.   .new topic.   .new poll.   



Hosted for free by InvisionFree* (Terms of Use: Updated 2/10/2010) | Powered by Invision Power Board v1.3 Final © 2003 IPS, Inc.
Page creation time: 0.1550 seconds | Archive